Een mespuntje lente

In voorbereiding op onze fietstocht in Italië doe ik iets wat ik met enige overdrijving “trainen” noem. In werkelijkheid is het: af en toe op een fiets gaan zitten en hopen dat niemand meekijkt. Om de conditie een beetje op te vijzelen. Dat klinkt sportief. Alsof ik een plan heb. Dat is niet zo.

Althans het valt niet mee om een plan te volgen. Dat heeft te maken met het feit dat mijn lichaam om de week een licht chemo-infuus te verduren krijgt, gevolgd door een paar dagen waarin alles voelt alsof het door een slecht afgestelde afstandsbediening wordt aangestuurd. Minstens drie dagen slap en vermoeid. Daarna mag ik weer even meedoen.

Regelmatig en gericht trainen is daardoor een prachtig idee voor later. Voor nu moet ik het hebben van de infuusloze weken. Dan stap ik drie keer op de fiets. Of twee. Of anderhalf, als het heel hard waait.

Gelukkig werkt het weer mee. En enkele stralen zon doen iets met een mens. Je gelooft ineens dat je benen ergens zin in hebben. En heel soms is dat ook zo. Er zit inmiddels een voorzichtig vermoeden van een mespuntje lente in mijn bovenbenen. We leven nog.

Mijn gemiddelde snelheid op een rondje van twee uur loopt langzaam op. Gisteren haalde ik 27,0 km/u. Daar was ik tevreden over. Niet uitzinnig, gewoon tevreden. Er stond een beetje wind en er was stadsverkeer: fietsers die zonder enig idee midden op de weg stil gaan staan om na te denken over hun leven, automobilisten die vooral op hun telefoon zitten te koekeloeren; ’s-middags fietsen is soms levensgevaarlijk. En voorzichtigheid drukt het tempo.

Tegelijkertijd weet ik ook: dit is het moment waarop een mens moet oppassen. Voor ik het weet ga ik geloven in mijn eigen gemiddelde. Dat ik er iets mee ben. Dat het iets zegt. Dat is het begin van het einde. Dus moet ik iets doen wat klinkt als werk, als een gericht plan: een interval- of blokkentraining.

Tot nu toe hield ik mijn hartslag netjes onder de 140 bpm. Uit voorzorg. Uit angst ook. Dat hij anders uit de bocht vliegt en ergens in een sloot belandt. Maar goed, de volgende keer ga ik naar het klimmetje bij de Maeslantkering. Dat reed ik vroeger gewoon tien keer achter elkaar op. Toen vond ik dat leuk. Nu vind ik vier keer al spannend.

1 reactie

  1. Peter schreef:

    27 gemiddeld👌. Weet niet of ik dat dit seizoen al gehaald heb. Sowieso is kijken naar je gemiddelde overrated. Die (leef)tijd hebben we gehad Frank

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *