Alcoholvrij

Ik sta al meer dan anderhalf jaar droog. Dat klinkt als een noodtoestand in een natuurgebied, maar het valt mee. Ik drink namelijk nog steeds alsof ik een spons ben. Alleen: zonder alcohol. Als ik een biertje bestel, krijg ik er eentje waar de alcohol met een vergrootglas naar gezocht moet worden. 0.0, het bier dat net doet alsof.
Van mijn hematoloog mag ik inmiddels best weer eens een echt glas drinken. “Af en toe,” zei ze, met de blik van iemand die weet dat “af en toe” in mannenhoofden kan uitgroeien tot een weekendarrangement. Maar ik doe het niet. Ten eerste omdat alcohol en mijn medicatie samen een wat ongemakkelijk huwelijk vormen: nierproblemen, lage bloedwaarden, vermoeidheid – liever niet.
Ten tweede slaap ik nu al alsof ik ’s nachts word ingehuurd om het plafondstucwerk te inspecteren. Alcohol helpt daar niet bij. Die fluistert eerst: “Ga maar lekker liggen,” en houdt je vervolgens om vier uur ’s nachts twee uur wakker. Nee, bedankt.
Dus drink ik alcoholvrij bier. En nee, dat vind ik geen probleem. Het is ook niet zielig. Er zijn tegenwoordig alcoholvrije bieren die gewoon smaken naar bier in plaats van naar natte kartonnen dozen. Een frisse blonde, een degelijke pils – het kan allemaal. Je proeft mout, hop, ambitie. Geen spijt.
Natuurlijk, soms kijk ik verlangend naar een stevig abdijbier dat je bij de eerste slok zachtjes in je nek aait. Een Rochefort 6 of een Orval. Dan denk ik: ja, jij en ik, wij hadden samen iets moois en misschien kan het ooit nog. Maar ik voel geen frustratie. Meer een soort uitgestelde romance. Volgend jaar staan we misschien weer samen in de kroeg, arm in arm, alsof er niets is gebeurd.
Tot die tijd hef ik mijn glas 0.0. Het schuimt, het tintelt, het doet zijn best. En ik ook.
Ja,humor is ook levenskunst, Frank. Tip: Texelse skumkoppe ,lekkerroor
Skuumkoppe is inderdaad ook prima.