O, o, Calabria

18 mei, Roma – Palermo etappe 16: Vibo Valentia – Palmi

Ach, Calabrië, wat ben je mooi en groen. Met je afwisselende landschappen, met je mooie stadjes ook, vooral langs de prachtige kust, gedecoreerd met lokale kunst. Met je agrarische verscheidenheid, met olijfboomgaarden, fruitboomgaarden en akkers. Het maakt een vruchtbare indruk.

Maar soms is Calabrië ook vreselijk: rauwe dorpen, aftandse bedrijventerreinen en een enorme leegstand en verkrotting. Gaten, scheuren, hobbels, diep verzonken putdeksels, en kunstmatige drempels in het vaak verschrikkelijke asfalt. Een fietser moet dusdanig opletten waar hij zijn voorwiel mikt, dat hij nauwelijks de tijd heeft om om zich heen te kijken. Nog los van het, ongeacht de staat van het wegdek, om hem heen razende verkeer.

Toch ziet hij die lelijkheid, al is het soms slechts in zijn ooghoeken: de bermen bijvoorbeeld, vol met (onbegrijpelijk) achteloos weggeworpen vuilnis. Het maakt een enorm armoedige indruk. Sommige Noord-Italianen spreken smalend van ‘Calafrica’, maar dat gaat me te ver.

Want iedereen, althans zo lijkt het, rijdt in een afgetrapte, vale, gebutste eerstegeneratie Fiat Panda. Die dingen zijn klaarblijkelijk onverwoestbaar. Er rijden er hier in Calabrië werkelijk nog tienduizenden van rond. En als er iets Italiaans is…

Dat vind ik dan weer prachtig.

***

75 km, 1031 hm.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *