Confrontator

Vorige week vrijdag fietste ik een rondje vanaf Ubbergen, bij Nijmegen. Altijd mooi daar.
Het kan gaan regenen dus voor de zekerheid stop ik mijn regenjas in mijn speciaal daartoe gemonteerde grote zadeltas. Twee bidons gevuld en een banaantje in mijn achterzak. Dat moet toch voldoende zijn voor 80+ kilometer?
Om kwart voor tien zit ik op de fiets, en zet vanaf Ubbergen koers naar de Ooijpolder. Het is een graad of twintig, bewolkt en een beetje vochtig, en er staat nauwelijks wind. De perfecte omstandigheden. Al zou het wel vanaf 12 uur kunnen gaan regenen.
Rechts de Ooijpolder, schitterend, links de Waal waarin het water laag staat. Ik kijk mijn ogen uit. Na twaalf kilometer sla ik rechtsaf, landinwaarts, op naar de Nijmeegse stuwwal. En wie Nijmeegse stuwwal zegt, zegt Oude Holleweg. De Oude Holleweg start in het centrum van Beek. Het is met een lengte van 1 kilometer, een hoogteverschil van bijna 70 meter en een maximale stijging van 12% de zwaarste Nederlandse klim buiten Zuid-Limburg. Het is een mooie weg door een bos, die echter dusdanig smal is dat auto’s je nauwelijks kunnen passeren. Die zitten dus achter je te duwen. Heel irritant.
De Oude Holleweg, er was een tijd dat ik hem met gemak, nou ja gemak, omhoog fietste, maar die tijd blijkt voorbij. Het is vandaag harken, zwoegen en hijgen, en dat op een hele kleine versnelling. En om het geheel nog ontluisterender te maken, moet ik na het steilste stuk zelfs even stoppen en van mijn fiets af. Hartslag 158. Even uithijgen en dan weer verder omhoog. De Oude Holleweg als ultieme confrontator: nooit meer zal ik hoge cols in de bergen beklimmen. Dat gaat niet meer. Die treurige conclusie spookt de verdere ochtend door mijn hoofd.
Ik daal af naar de Zevenheuvelenweg en fiets vervolgens op en neer naar Groesbeek en verder naar Gennep. Bij Ven-Zelderheide fiets ik Duitsland binnen. De wegen en fietspaden door het bos zijn bezaaid met bladeren, takjes, eikeltjes en wat dies meer zij. Een vroege herfst na een lange periode van droogte. Gelukkig rijd ik op mijn dikke gravelbike-banden.
Na zestig kilometer voel ik me een beetje leeg raken. Ik stop even, eet mijn banaan en fiets weer verder. Bij Millingen fiets ik Nederland weer in. Het is inmiddels een beetje gaan regenen en achter me is de lucht donkergrijs. Ik zet nog maar eens aan, want ik wil voor de zware bui op mijn bedachte lunchplek zijn: herberg Oortjeshekken in de Ooijpolder. Dat lukt niet helemaal, en ik kom er behoorlijk nat aan. Mijn regenjasje zit nog, eigenwijs als ik ben, ongebruikt in mijn zadeltas.
Er is gelukkig genoeg plaats op het overdekte terras. Tijd voor een gezonde lunch, tijd om een beetje op te drogen. De regen klettert ondertussen als een razende op het dak van het buitenterras. Als ik ben uitgegeten is het weer droog, en op de regenradar zie ik dat ik genoeg tijd heb om terug naar de auto in Ubbergen te fietsen. Als ik daar aankom, staan er 89 kilometer op de teller.
Dát was een heerlijk ritje, zeg. Maar ja, die confrontator.

Ontdek meer van Fietsen met Frank
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.