Fatbike-shaming

Goed, opa vertelt. Van vroeger.

Toen ik op de middelbare school zat, we spreken nu over de wilde jaren ’70 van de vorige eeuw, was ik al een recalcitrant kereltje. Nou ja, recalcitrant, ik wilde gewoon nergens bij horen. Niet bij de hippies, met hun afgetrapte en van patchouli-olie doordrenkte jeans, al helemaal niet bij de soul- en discofiguren met hun nette kleertjes en wijde broekspijpen – nog los van hun vreselijke muzieksmaak –, en later ook niet bij de extroverte en uitbundig geklede punkers. Dat nergens bij willen horen is nooit meer overgegaan. Wat ook niet meer is overgegaan zijn mijn soms wat starre opvattingen.

Onze middelbare school, de Professor Casimir scholengemeenschap in Vlaardingen, was een grote openbare scholengemeenschap met meer dan 1500 leerlingen. De school trok niet alleen leerlingen uit Vlaardingen zelf, maar ook uit Maassluis en zelfs Hoek van Holland. Die kwamen met de trein.

De mavo zat in een dependance aan de rand van de binnenstad; het hoofdgebouw, met havo, atheneum en gymnasium stond in Vlaardingen west. Daar moest ik naar toe. Ik woonde in een galerijflat in Vlaardingen Holy, dus wat was het? Zes kilometer? Twintig minuten fietsen.

En daar zijn we waar ik zijn wil. Want in die tijd kwamen heel veel van mijn klasgenoten en medeleerlingen met de brommer. Het was de tijd van de Kreidlers, de Zündapps en de Puchs. Toppunt van status was een geheel verchroomde Yamaha FS1, bij voorkeur sterk opgevoerd. Knetterend, gillend en walmend konden die soms wel 80. Er reed bij ons in de buurt zelfs een gast rond – hij zat niet bij ons op school – met een Kreidler Florett die, bij voorkeur zonder helm, met 100 over de Lepelaarsingel langs ons flat gierde. De herrie, de stank, zie mij, hoor mij, ik besta! Ik zie die gozer nog goed voor me, met zijn boksersneus en platte achterhoofd, moeders mooiste was het niet. Die kon je heel mooi negeren als we aan het voetballen waren en hij voorbij kwam geknetterd. Ook sommige meiden kwamen op de brommer naar school, op een Vespa Ciao bijvoorbeeld, of een Puch Maxi.

Hoe het ook zij, wij keken destijds met veel dedain op die brommerjongens neer. Want wij vonden die zogenaamd stoere brommergasten maar watjes. Een beetje vent (of meid) ging immers op de fiets!

Af en toe waren we vervelend. Ach ja, pubers. In die tijd verpakte ik mijn boterhammen voor in de pauze in aluminiumfolie, en daarmee kon je heel grappig de brommers tijdelijk onklaar maken door wat van die alu-folie in de bougiedop te proppen. Bougiedop lostrekken, alufolie erin en terugduwen op de bougie. En vervolgens stiekem lachend kijken naar de brommer-eigenaar die zijn metalen herriebak maar niet aan de praat kreeg.

Het is inmiddels 50 jaar geleden, maar ik denk daar regelmatig aan terug als ik van die pubers op een fatbike zie rijden. Want ook fatbikerijders vind ik enorme slappelingen. Het ziet er bovendien niet uit, fietsen op een fatbike, met zo’n laag zadel en van die hoog opgetrokken knieën. En nauwelijks trappen. Gelukkig zie ik nog genoeg middelbare scholieren op een reguliere, niet elektrisch ondersteunde fiets. De wereld is nog niet geheel verloren.

De fatbike, hedendaagse plaag in het stadsverkeer. Want de meeste fatbikes zijn opgevoerd, en gaan waanzinnig hard. En dat met berijders van 13, 14 of 15 jaar, uiteraard zonder helm. Zelf weten, denk ik dan, althans zolang je mij of een ander niet in gevaar brengt. Voor een brommer moest je tenminste nog 16 zijn, en een helm op. Behalve die lelijkerd op die Kreidler, die vond dat niet nodig.

Ook opvallend aan de fatbike is zijn berijder, en dan doel ik vooral op zijn of haar fysieke verschijning. Die fatbike lijkt niet voor niets fatbike te heten, want steevast heeft de jonge berijder veel te veel kilo’s aan zijn of haar lijf. Ik vind dat even droevig als zorgelijk.

Vijftig jaar geleden zag je bij ons op school nauwelijks dikke leerlingen, maar tegenwoordig heeft, ik heb het even gecheckt bij het CBS, één op de zes pubers overgewicht, soms zelfs in ernstige mate. En sommigen van hen rijden dus op een fatbike. Wat hier oorzaak en gevolg is, laat ik even in het midden. Maar helpen doet het natuurlijk niet, die fatbike, wat natuurlijk gewoon een elektrische brommer is. Trappen is niet nodig. Lamlendigheid vermomd als stoerheid.

Er rijden tegenwoordig meer fatbikes naar school dan brommers in mijn tijd. Is het een statussymbool? Is het groepsgedrag? Is het totale luiheid? Geen idee, waarschijnlijk een beetje van alles wat.

De vraag is nu of er ook nog recalcitrante medeleerlingen zijn die die fatbike-eigenaren maar watjes vinden. Van die jongens en meisjes die daar in elk geval niet bij willen horen. Die mogen van mij gerust met zijn drieën naast elkaar sloom over de Haagse fietspaden rijden.

Goed, tot zover opa. Mag je gewoon negeren.

Yamaha FS1, geheel verchroomd

Ontdek meer van Fietsen met Frank

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

4 reacties

  1. Heidi schreef:

    Geweldig stuk en feest der herkenning!

  2. Erik schreef:

    Kaptein Mobylette, het favoriete brommertje voor de meisjes in de late sixties / early seventies.

  3. Roland schreef:

    100% herkenbaar. Ik reed op racefiets en had een pesthekel aan die debiele brommers. En je observatie en mening over de fatbike deel ik ook 100% Het zijn sukkels.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *